Kraambezoek

door Tia Sowie

Het is zaterdag.

Ik loop met Sam, mijn echtgenoot, door de gangen van het ziekenhuis, op zoek naar de kraamafdeling. Hij houdt de bloemen vast en ik het cadeautje.

Mijn schoonzus is net bevallen van haar tweede zoontje. Een wolk van een kind.

We komen toe op haar kamer en zien de fiere maar vermoeide mama in het kraambed. Naast haar ligt mijn nieuw neefje rustig te slapen. Ondanks de lange nacht en het vele wachten is haar vriend Tom energiek bezig met het opruimen van laatste restjes inpakpapier.

We zijn blijkbaar niet de eerste gasten.

Na de gebruikelijke felicitaties en knuffels nestelen we ons in de kleine zeteltjes. Of de bevalling goed is verlopen. “Ja, ja”, zegt mijn schoonzus Lina, “het ging vlotter dan  bij de eerste.” Tom en Lina wisselen een ongemakkelijke blik uit. “En”, zegt ze, “is er bij jullie nog nieuws?”

We zwijgen. Het stille verdriet door de afwezigheid van een kindje. Omdat het niet lukt. Moeder Natuur is wispelturig en in Haar agenda staat er geen datum geprikt voor een baby.

Ik slik en zeg dan dapper dat het wel zal komen. Nog eventjes geduld en dan verwacht ik haar aan mijn kraambed. Maar ik weet beter.

Het kleintje opent zijn oogjes en begint zachtjes te huilen. Een lieflijk geluid zoals enkel een nieuwgeborene kan maken. “Mag ik hem even vasthouden”, vraag ik dan.

Ze knikt, blij dat de spanning even uit de lucht is.

Ik groet mijn neefje en snuif zijn geur op. Zijn warm lijfje druk ik tegen mij aan.

“Tja”, zegt ze dan, “het voordeel om nog geen kindjes te hebben is wel dat jullie extra veel tijd hebben. En jullie kunnen binnenkort nog op reis.” Ik glimlach.

De rest van de middag keuvelen we over koetjes en kalfjes. Maar in mijn achterhoofd speelt de gedachte dat een tropische zonnetje  misschien wel eventjes de kou kan verdrijven maar nooit de leegte in mijn hart.

Reactie toevoegen

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.