Leven met een soa

door Fleur Van Dijk

Soa’s. Een veelvoorkomend maar oh zo taboe ongemak. We worden ermee overspoeld tijdens seksuele opvoedingslessen en in de wachtkamer van de gynaecoloog. Maar hoe kom je erachter dat je een soa hebt? Wat doe je dan? Aan wie vertel je het? En hoe reageren anderen hierop? Wij spraken met Cleo, Lien en Bart* – 2 heteroseksuele cisgender vrouwen en 1 homoseksuele cisgender man – over hoe zij hun soa-diagnose ervaarden en welke taboes er heersen.  

Cleo en Lien leven sinds enkele jaren met herpes, een soa waarvoor geen geneesmiddel bestaat maar wel een medicijn om de klachten te verminderen. Cleo heeft ook gonorroe gehad waarvoor ze een eenmalige behandeling kreeg via een prikje in de bil. Bart heeft syfilis opgelopen, waarvoor hij een antibioticakuur in de vorm van spuiten kreeg. Terwijl Cleo en Lien dankzij pijnlijke kwalen achter hun soa’s kwamen, was het voor Bart een eerder onverwachte diagnose.

Cleo: “Na 2 dagen jeuk te hebben aan mijn vulva besloot ik om eens te kijken ‘daar beneden’. Ik merkte dat er blaasjes stonden. Toen ik begon te zoeken op het internet kwam ik al snel tot de conclusie dat het waarschijnlijk herpes was. De grond zakte onder mijn voeten weg en ik was heel erg in paniek.”

Lien: “Alles begon te branden en deed ontzettend veel pijn. Het voorstadium – wanneer je nog geen blaasjes hebt – was super pijnlijk en heftig, maar na deze eerste opstoot is het nooit nog zo erg geweest. Tijdens het eerste jaar dat ik herpes had, voelde ik om de 3 maanden een opstoot aankomen. Dan ging ik direct naar de dokter om antivirale pillen te halen die de opstoot onderdrukken. Na verloop van tijd werden de klachten steeds minder, want mijn lichaam heeft de opstoten leren onderdrukken.”

Bart: “Toen ik in Leuven ging studeren, was ik net uit de kast gekomen. Ik begon het feestbeest uit te hangen en had plots veel meer seksueel contact met andere jongens dan de jaren ervoor. Daarom liet ik me voor de zekerheid eens testen. Enkele dagen later kreeg ik een telefoontje met het slechte nieuws dat ik syfilis had.”

Doktersbezoek gone wrong

Terwijl Cleo haar afspraak bij de huisarts vlot verliep, hadden Lien en Bart minder geluk met hun doktersbezoek.

Cleo: “Mijn huisarts probeerde me vooral gerust te stellen. Ze verzekerde me dat herpes een veelvoorkomende soa is en dat zo goed als de helft van de bevolking het virus heeft. Ze vertelde me op welke manier ik voorzichtig moest zijn met seksuele partners, wat het besmettingsrisico is enzovoort.”

Lien: “Ik vertelde de dokter dat ik dacht dat ik een soa had en beschreef al mijn symptomen. De dokter beweerde echter dat ik gewoon tegelijkertijd een blaasontsteking en schimmelinfectie had. Ik vertelde haar dat dit anders aanvoelde, maar de dokter hield vol. Ze gaf me pillen en een zalf die ik moest smeren. Maar dat hielp niet, en de pijn werd erger en erger. Een aantal dagen later ging ik naar een andere dokter die herpes bij me vaststelde. Dan bleek ook nog dat de crème die de andere dokter had voorgeschreven het enige is dat je absoluut niet mag smeren als je herpes hebt, want dat maakt alles 20 keer zo erg. Dat was echt de pijnlijkste week van mijn leven.”

Bart: “Het onderzoek bij de arts was verschrikkelijk. Het was een jonge student die even veel over soa’s wist als ikzelf. Zeker over soa’s binnen de homoseksuele context wist de dokter te weinig. Ik kreeg bijvoorbeeld een brochure over PrEP – een preventief geneesmiddel tegen hiv – en ik vroeg uitleg hierover, maar de dokter wist eigenlijk niets. Ook het bloedprikken verliep heel slecht. De hele ervaring van een soa hebben en daarvoor behandeld moeten worden is al erg genoeg, dan wil je niet nog eens worden leeg geprikt.”

Nog steeds taboe?

Toen Cleo en Bart met hun bedpartners, vrienden of familie deelden dat ze een soa hadden, reageerde zo goed als iedereen begripvol. Lien bleef echter niet gespaard van negatieve reacties. Eén rotte appel bevestigde de eeuwenoude schaamte en taboes rond soa’s.

Lien: “Toen ik vertelde aan de jongen waar ik samen mee was – en van wie ik vermoedde de soa te hebben gekregen – dat ik herpes had, flipte hij helemaal. Hij heeft me uitgemaakt voor het vuil van de straat, dat het allemaal mijn schuld was en dat hij nu ook herpes ging hebben door mij. Hij had plots geen respect meer voor mij, want ik was degoutant volgens hem … Dat heeft allesbehalve geholpen om openlijk te durven praten over mijn soa.”

Cleo: “Hoewel ik geen negatieve reacties heb gekregen, merk ik wel dat er een angstcultuur heerst rond soa’s. Toen ik erachter kwam dat ik herpes had, dacht ik dat mijn seks- en liefdesleven voorbij was. Ook mijn vrienden hebben veel angst tegenover soa’s. Maar hoe meer je je erover informeert, hoe meer het taboe wordt weggenomen.”

Onwetendheid en seksuele voorlichting

Lien: “Er was wel duidelijk veel onwetendheid onder mijn vrienden en familie, maar ook bij mezelf. Het is vaak onduidelijk of je herpes al dan niet kunt doorgeven. Daarom heerst er veel verwarring rond. Ook nu ben ik nog altijd wat onwetend, specifiek over van wie ik herpes heb gekregen. Dokters zeggen altijd dat je geen schrik moet hebben om herpes door te geven aan anderen als je geen symptomen hebt. Maar ik kan me niet herinneren dat ik seks heb gehad met iemand met symptomen …”

Bart: “Ik heb het gevoel dat er meer bewustzijn rond soa’s heerst binnen de gay community dan onder mijn heterovrienden. Ze waren altijd begripvol en geïnteresseerd, maar de reflex om zelf een soa-test te laten doen, was er totaal niet. Ik merk dat voor mijn heteroseksuele vriend(inn)en soa’s een ‘gay thing’ zijn en er nog veel schroom rond heerst. Daarom vind ik dat soa’s aan bod moeten komen tijdens seksuele opvoeding op een meer menselijke manier. We moeten dit niet zien in het kader van natuurwetenschappen, maar eerder als aparte, ad hoc lessen.”

Lien: “Seksuele voorlichting moet inderdaad benadrukken dat soa’s echt bij iedereen voorkomen. Daarnaast moeten we beter leren onze grenzen aangeven, bijvoorbeeld leren opkomen voor condoom-gebruik wanneer je sekspartner geen condoom wil dragen. SO-lessen moeten hier meer op inspelen.”

Praktische tips

Bart: “Ga naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen om je soa-test te laten afnemen. Daar kan je het immers gratis en anoniem laten doen. Als je het moeilijk vindt om je sekspartners op de hoogte te brengen van je soa, kan je met de hulp van je arts je partners anoniem waarschuwen via de website partneralert.be.”

Wil je meer weten over de verschillende soorten, bescherming tegen, symptomen of behandeling van soa’s? Surf dan zeker naar allesoverseks.be van Sensoa. Wij hebben alvast een kort overzicht gemaakt van de meest voorkomende klachten van herpes, syfilis, chlamydia en gonorroe bij vrouwen* op basis van allesoverseks.be.

Meest voorkomende soa’s: symptomen bij mensen met een vulva na vaginale seks

herpes

  • kleine, pijnlijke blaasjes of zweertjes op of in de genitaliën, aars, mond, lippen of baarmoedermond ;
  • branderig of pijnlijk gevoel bij het plassen.
     

Na gemiddeld 7 tot 10 dagen zijn alle symptomen verdwenen, maar het virus verdwijnt helaas nooit.
 

syfilis

Een besmetting met syfilis verloopt in 3 stadia, maar het 3de stadium komt zelden voor in België.

  1. Een pijnloze zweer aan je geslachtsorganen, anus of mond die een 4-tal weken blijft.
  2. De bacterie komt in je bloedbaan waarna je ziek wordt: koorts, hoofdpijn, botpijn, ontsteking lymfeklieren, haaruitval of roze huiduitslag.

chlamydia

Vaak leidt chlamydia tot weinig of geen klachten, maar het kan wel ernstige gevolgen hebben. Als er toch sprake is van klachten:

  • meer of andere vaginale afscheiding;
  • tussentijds bloedverlies en veranderend menstruatiepatroon;
  • pijn of bloedverlies tijdens of na het vrijen;
  • (vage) pijn in de onderbuik;
  • ontsteking in bekkengebied.

 

gonorroe

Vaak leidt gonorroe tot geen of weinig klachten. Als er toch sprake is van klachten:

  • vaginale afscheiding met etterig groen vocht 
  • Bloedverlies na penetratieseks (penis in vagina); 
  • pijn tijdens het vrijen; 
  • veranderd menstruatiepatroon of tussentijds bloedverlies. 

 

Wil je je laten testen?
Je kan steeds terecht bij je huisarts, je gynaecoloog of een gespecialiseerd centrum zoals het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen of de S-Clinic in Brussel.

*Om privacyredenen pasten we de namen aan.

logo viva-svv

De inhoud van de site kan veranderen naargelang je een andere regio kiest.